400 gram zelfrijzend bakmeel
250 gram boter
160 gram rietsuiker
3 eieren
1250 gram goudreinet
150 gram gedroogde abrikozen
kaneel
abrikozenbeleg
Laat de boter op een zacht vuur smelten. Zeef de suiker met het meel. Breek hierboven de eieren en voeg al roerend de gesmolten boter erdoor. Roer zo lang tot een samenhangend geheel ontstaat. Leg bakpapier op de bakplaat en verdeel hierover het deeg mengsel en strijk dit goed glad. Laat dit in de koeklast ca ½ uur opstijven. Schil intussen de appels, verwijder het klokhuis en snijd de appels in stukjes en meng dit met de in stukjes gesneden abrikozen. Strooi hierover ruim kaneel en schud alles goed door elkaar. Vul met dit mengsel de bakplaat en dek deze af met nog een stuk bakpapier. Zet de bakplaat 1 uur midden in een voorverwarmde oven op 170˚. Verwarm op een zacht vuur het abrikozenbeleg tegen het eind van de baktijd, en bestrijk hiermee de taart als deze klaar is.