300 gram boerenkool (panklaar)
1 kilo aardappelen
1 winterwortel
4 goudreinetten
400 gram kaas (jong belegen)
1 dl melk
50 gram boter
peper en zout
Stoof de boerenkool met peper en zout in 30 minuten gaar in iets water en laat dit uitlekken. Kook de aardappelen met wat zout gaar in 20 minuten. Giet deze af, stoom ze droog en maak met boter en melk een smeuïge puree. Schil de appels, verwijder het klokhuis en schrap de wortel, rasp deze twee fijn en snij de kaas in blokjes. Roer dit alles door de puree en breng op smaak met zout en peper. Doe de boerenkool over in een ovenschaal en bedek dit met de puree. Verwarm dit in een voorverwarmde oven van 200˚ in ±30 minuten tot de puree goudbruin kleurt.