1 kleine bloemkool
250 gr witte asperges
250 gr geschrapte worteltjes
1 middelgrote gesnipperde ui
1 klein blikje doperwten
zout
1 el suiker
60 gr boter
1 teen knoflook uit de knijper
100 gr panklare champignons
20 gr bloem
2 dl bouillon van ½ kruidentablet
flinke mespunt marjoleinpoeder
peper uit de molen
2 hardgekookte eieren
4 el witte wijn
aroma
Maak de bloemkool schoon en verdeel die in niet te kleine roosjes met een kort stukje stronk. Was de roosjes en kook ze bijna gaar in water met zout.
Snijdt de worteltjes in stukjes van 2 cm en kook die bijna gaar in een bodem water met wat zout en de suiker.
Schil de asperges, kook deze 10 minuten in water met wat zout en laat deze in het kooknat staan.
Smelt de boter, fruit de ui met de knoflook onder af en toe omscheppen, goudgeel.
Snijdt intussen de schoongemaakte champignons overlangs in plakjes. Bak die even met de ui en de knoflook. Strooi de bloem in de pan en laat de bloem, al roerende, enigszins gaar worden.
Laat de doperwtjes uitlekken.
Schenk de bouillon bij kleine hoeveelheden tegelijk bij de ui met champignons en bloem. Roer goed en voeg het marjoleinpoeder en een flinke mespunt peper toe.
Controleer of de bloemkool, de worteltjes en de asperges gaar zijn en giet het kooknat af.
Schep de doperwtjes, de bloemkool, de wortelstukjes en de in stukjes van ± 3 cm gesneden asperges voorzichtig door de champignonsaus. Schenk de wijn in de pan en warm de groente op de laaggedraaide warmtebron nog even goed door. Proef het gerecht en voeg naar smaak peper, zout en aroma toe.
Breng het geheel over in een schaal en garneer het geheel met de gepelde in overlangs in vieren gesneden eieren.
Een feestelijk gerecht voldoende voor 6 personen.