500 gram zuurkool uit het vat,
½ rode paprika,
2 dl witte wijn,
1 laurierblad,
4 jeneverbessen,
2 dl zure room,
300 gr. mager, gerookt spek (stukje)
Laat de zuurkool even wat uitlekken in een vergiet, knijp het zo nodig nog wat uit. Snijdt de zuurkool wat fijner. Kneus de jeneverbessen licht met de platte kant van een breed mes. Snijdt het stukje spek in plakken. Verwijder de zaadjes en zaadlijsten uit de paprika en snij de paprika in kleine blokjes of reepjes. Meng dit door de zuurkool. Verwarm de wijn met het laurierblad en de gekneusde jeneverbessen. Leg hierop de helft van het spek, gevolgd door de helft van de zuurkool. Leg er de rest van het spek op en vervolgens de rest van de zuurkool. Laat de zuurkool op een zacht vuur gaar worden. Verwijder het laurierblad, de jeneverbessen en de plakken spek. Dep de plakken spek droog en snij ze in kleine dobbelsteentjes. Smelt op een laag vuur een klein klontje boter in een koekenpan en bak hierin de blokjes spek lichtbruin en krokant. Schep de spekblokjes en de zure room door de zuurkool. Verwarm nog even goed door. Lekker met aardappelpuree en kip-tandoori.