500 gram rookworst
750 gram witlof
50 gram boter
25 gram bloem
11/2 dl runderbouillon
1 dl melk
75 gram geraspte kaas
zout en peper
nootmuskaat
Laat de rookworst wellen in kokend water. Verwarm de oven voor op 200˚. Snijd de witlof in vieren en blancheer deze 2 minuten in water met zout. Smelt de boeter en roer hier de bloem door. Giet de verwarmde bouillon en verwarmde melk er beetje bij beetje door, tot een gebonden saus ontstaat. Laat dit nog 5 minuten zachtjes pruttelen. Roer de helft van de kaas door de saus en breng deze verder op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Snijd de rookworst in repen. Leg witlof en worst naast elkaar in een beboterde ovenschaal en giet er de saus over. Bestrooi het geheel met de rest van de kaas en laat dit in de voorverwarmde oven ca 15 minuten mooi van kleur worden.