1 flesje bokbier
3 stronkjes witlof
2 goudreinetten
sap van ½ citroen
3 eetlepels suiker
2 saucijsjes
1 eetlepel boter
olie
1 dl runderbouillon
2 eetlepels slagroom
salie
4 gekookte aardappelen
Kook het bier in tot een kwart van de hoeveelheid. Wel de saucijsjes in warm water. Snij de witlof in grove repen en de appels in blokjes. Doe deze samen in een pan, voeg het ingekookte bier toe, met de suiker en het citroensap. Breng het geheel aan de kook en laat het 10 minuten met het deksel op de pan stoven. Laat het vocht inkoken tot het bijna verdampt is. Bak de saucijsjes aan in de boter en olie en bak ze om en om in 10 minuten. Schep het meeste braadvocht van de sausijsjes af, voeg de salie toe en bus deze af met de runderbouillon. Doe de slagroom erbij en laat het geheel even inkoken. Serveer de witlofappelcomote met de sausijsjes en de gekookte aardappelen. Maak het af met de salie roomsaus.