400 gram groene kool
100 gr wit van een niet te dunne prei
1 el olie
1 grote grof gesnipperde ui
1 a 2 tenen knoflook uit de knijper
1 theelepel gehakte bladselderie
100 gr geschilde aardappelen
2 dl kruidenbouillon
5 el boter
2 dunne in smalle repen gesn bruine boterhammen zonder korst
100 gr geraspte kaas
peper uit de molen
zout
aroma
Snijd de kool in vingerbrede repen, was deze in lauwwarm water en laat die in een vergiet goed uitlekken.
Was de prei, snijdt die in vingerdikke plakken en doe die bij de kool.
Verwarm de olie, fruit daarin de ui en de knoflook glazig, maar laat die niet te donker worden.
Doe de kool met de prei in de pan, voeg de selderie toe en laat de groenten in de gesloten pan op de laaggedraaide vlam of plaat 3-5 minuten smoren.
Rasp intussen de aardappelen. Schenk de bouillon in de pan en laat de inhoud even koken.
Roer er dan de geraspte aardappelen door en laat de groenten op de niet te hooggedraaide warmtebron verder gaar, maar niet te gaar worden.
Verwarm intussen de boter in de koekenpan en bak daarin onder geregeld omschudden de reepjes bruinbrood knappend.
Roer de kaas door de groenten, voeg naar smaak peper, zout of aroma toe en schep alles in een voorverwarmde schaal.
Strooi daar vlak voor het serveren de reepjes brood op.